Gedichten

Naast het wroeten in de aarde, dat ik graag doe, wroet ik ook regelmatig in het stof van m’n hersens en m’n hart. En net zoals je soms juweeltjes uit de aarde omhoog tovert, zo oogst ik ook woordenkunst uit mijzelf. Deze deel ik graag, daar het geschreven woord diepere snaren raakt en in het sudderen onverwachte dingen naar boven kan brengen. Woorden kunnen troosten en helen. En ik weet: werkelijke gevoelens zijn oneindig veel rijker dan we ooit met woorden zullen kunnen evenaren; en toch doe ik een poging. Een ode aan de poëzie die ons gegeven is.

Muziekdoosje

Ze kijkt om zich heen
ziet hetzelfde
als altijd
De beelden schieten voorbij
voorbij
omsluiten haar
Ze kijkt niet
heeft slechts geopende ogen
levenloos starend
naar wat voorbij gaat
En de muziek speelt
als doorgaande houvast
ongenaakbaar obstakel
voor die ene toon
die valt
ooit

Stinkdier

Jij ontneemt mij het zicht
en dat is niet omdat je oogverblindend bent
Jij beneemt mij de adem
en dat is niet omdat je adembenemend bent
Je bent oorverdovend
smakeloos

Zwemvaardigheid

Het schemert
Ik dobber op het water
niet sereen als een ster op de dode zee
maar als een dolfijn met 1 vin
Krampachtig richtingloos
 
Ik zie kant noch wal
raak het ook niet aan
Knijp m’n ogen tot spleetjes
alsof ik meer zie als ik m’n blik versmal
Ik probeer niet te focussen
in de hoop dat er aan de randen van m’n blikveld
een vergezicht ontstaat
daar waar de kegeltjes niet omver geketst worden
 
M’n boei is te groot
Ik verleg constant m’n baken
op zoek naar houvast
maar dreig er telkens doorheen te glippen
Ik moet op zoek naar een andere band
voor mezelf
met mezelf
Eentje die nauwer aansluit
maar ook ruimte laat om vrijuit te bewegen
en niet kopje onder te gaan
 
Ik kijk om me heen
met overdreven opengesperde ogen
Zie het kalme water
zachtjes duwend tegen ons aan
Voor even verdwijn ik
in de vredige eenheid van het gekabbel
zak er vol overgave in weg
tot ik als vanzelf weer boven kom
in een realiteit die eender is

Wie oogst zal zaaien

De zonnestraal van de prille nazomerzon
prikt miniscule gaatjes in het web.
De spin glinstert mee
hij rijgt behendig.
Het web reikt ver
overal waar ik kijk
zie ik de draden lopen.
Ze glinsteren en stralen
als de ogen van het onbevangen kind.

De rijke kleurschakeringen om me heen
wuiven zachtjes heen en weer
in de zachte ochtendbries.
Ze spelen met de draden van het web.
Een hommel zweeft weg
zoemend over de glinstering
alsof hij ook onderdeel is van dit spel.

Het is stil
mistflarden dansen op de aarde
als een deken van sereniteit.
Zoals die zich alleen in het na van het jaar
kan manifesteren.
Het enige hoorbare
zijn de tonen van de ziel
in het ritme van de kosmos.

Ik was op weg om te oogsten
pondje wortels
kilootje aardappels.
Maar het web sluit zich om mij.
Ik wilde nemen van de aarde
zoals we altijd
oogsten.

En dan
de pracht
kracht
en ingeniteit
van onze aarde
onze plek.
Daarvan mag niet genomen worden
als vanzelfsprekend.

Ik
jij
wij
oogsten
zonder te zaaien.

We nemen zonder te vragen
in plaats van te ontvangen
zoals we zaaien.
Met liefde en aandacht
rustig afwachtend tot het kiemt.
Het web verstorend
minimaal.

De aarde wil ons voeden
wij mogen ons gekoesterd voelen.
Ontvangen wat ons toekomt
en teruggeven wat het web toevloeit.
Voeding in gelijkwaardigheid
en diversiteit.

Deze dankbaarheid
en deze dankbaarheid alleen
verbindt jou
mij
ons
met het web.
Het web der aarde.

Crisis

Iedereen trekt
Alles trekt
meer dan 4 ledematen bieden houvast
als een anker voor dat
buiten mij
Ik laat me trekken
voorttrekken
lostrekken
opentrekken
 
Alsof ik
een elastieken pop ben
waar overal steun gevonden kan worden
 
Maar ik wil niet
van elastiek zijn
liever het buigzame soort
 
Fier overeind
Krachtig stralend
Welbewust gedwee
als een volwassen bloeiende are op het land
de rest van het veld
nodig om er te zijn
om te kunnen staan
en toch onderscheidend in eigenheid
 
Robuus in hoogte
Mild in veerkracht
precies
op die ene plek
waar de grond het vruchtbaarst is
 
Voor mij.